Historie en erfgoed
Loge ‘Het Vrij Geweeten’

 


1734    Met hulp van vrijmetselaren uit Engeland en Frankrijk werd in 1734 in Den Haag de eerste Nederlandse loge “L’Union Royale” opgericht. Dat gebeurde in het logement Lion d'Or, het latere House of Lords, dat in 1986 werd afgebroken in verband met de nieuwbouw van de Tweede Kamer.   In 1735 volgde de oprichting van een tweede loge, daarna van meer loges, ook in andere steden. In 1735 was als eerste Grootmeester gekozen, J.C. Radermacher, de rentmeestergeneraal van Prins Willem IV.
Verdacht van Oranjegezindheid, werden de loges al spoedig door de patriottistische Staten van Holland verboden. Na het herstel van het stadhouderschap, in 1744, herleefde de vrijmetselarij. Bij gebrek aan vertrouwen in de 'Haagsche Grootloge' vroegen een aantal loges hun constitutiebrieven aan in Engeland of Schotland.
Het werd noodzakelijk om in Nederland orde op zaken te stellen.


1756      In 1756 sloten tien loges zich aaneen tot de ‘Groote Loge der Zeven Vereenigde Nederlanden’, welke benaming in 1817 werd gewijzigd in de ook nu nog geldende Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden.


1759      Voor de oprichting van onze Loge was er al een reizende Regimentsloge onder de naam De “Loge Militaire de Breda” onder leiding van Baron de Preberton Wilmsdorf


1789  Voor de oprichting van onze Loge was er al een reizende Regimentsloge onder de naam “De opgaande Oranjezon” actief in Breda. Twee van de leden zijn overgestapt naar Loge “Het Vrij Geweeten”. Een lang verkeerd vernoemd lid was dhr. Mesmer, een Oostenrijkse magnetiseur en ingenieur die zijn heil had gezocht bij het Staatse Leger. In 2008 is echter het Meester diploma van Broeder Mesmer gevonden. Een gewaarmerkte kopie is in ons bezit. Onze Broeder Mesmer was cartograaf in het leger.


1790 In de loop van 1790 zijn verscheidene bijeenkomsten belegd met als doel het oprichten van een nieuwe loge in Breda.
Op 27 december 1790 is door 7 vrijmetselaren een constitutiebrief aangevraagd.
Op 10 januari 1791 kwam uit Den Haag de toestemming af dat met de arbeid kon worden begonnen .
Op 25 januari 1791 vond de eerste comparitie plaats ten huize van  Br:. Louis Idsert baron Sirtema van Grovestins.  Er waren 6 broeders aanwezig en de naam, de "Inscriptie" en de kleur van de loge werden vastgesteld:  “Het Vrij Geweeten”  en de "Inscriptie" oftewel het Devies: Hic murus aheneus esto; nil conscire sibi nulla pallescere culpa. (Dit zij ons een schutsmuur: een vrij geweten te hebben en niet te verbleken door bewustzijn van schuld.) evenzo de couleur helder hoog roosenrood met Wit ofte zilver.
De loge arbeid vond plaats in de zogenaamde Kaatszaal van het Kasteel van Breda, een onderdeel van de voormalige Nassau-stallen, van 1791 tot 1795.
Op 26 januari 1791 werd door de Nationale Grootloge der zeven verenigde Nederlanden een constitutiebrief verleend.
De installatie van de loge had plaats op 4 mei 1791.

Het loge-archief is grotendeels bij brand verloren gegaan en dat wat nog rest is door de duitsers verbrand in de ovens van Vught. Wonder boven wonder is het eerste notulenboek bespaard gebleven en door een Amerikaanse soldaat teruggevonden op de vuilnisbelt van Charleroi.  Dit eerste notulenboek gaande over de jaren 1791 – 1802  is ondergebracht in het stads archief. Een afschrift ervan is in het bezit van het loge archief. Vzm Jan Jacob Harts heeft het na de oorlog uitgetypt
Een uittreksel, geschreven door Broeder De Raeff Secrt. HVG-Erfgoed, 1791 Notulen uittrek


1793 Beleg en de inname van Breda door de Franse troepen.  De Fransen namen Breda in en belegerden Maastricht, maar moesten zich uiteindelijk terugtrekken. Den Heer Majoor, P. H. T.Moraquin, van het Regiment Byland en lid van de loge “Het Vrij Geweten” is overgemaakt eene somme van tweehonderd vierentwintig gulden, om te worden verdeeld onder het detachement Dragonders, door welken, het beleg der stad Breda, in de maand Februarij, het eerste blijk van Hollandschen moed gegeven is; in den uitval, onder deszelfs beleid, op de vijanden, door dit detachement gedaan.


1795  Schorsing der loge werkzaamheden tot juni 1797.


1797  De loge arbeid wordt hervat in het kloostergebouw tot 1802. Eigenaar van het kloostergebouw was broeder G. Spengler die meteen als honorair lid werd aangenomen. Dit Kloostergebouw was oorspronkelijk een nonnenklooster gebouwd in opdracht van het Norbertinessenconvent St. Catharina. De kloosterkerk is van 1502. Het klooster kreeg in 1814 de functie van kazerne.


1800 In de Napoleontische tijd waren in het Kasteel van Breda de troepen van Napoleon gelegerd. In het naast gelegen Huis van Brecht was het hospitaal en daar is bij de renovatie een bijzondere ster gevonden, waarvan het spoor leidt naar een mogelijke Franse Loge.  Zie: HVG-Erfgoed, 1800 Loge veritas in Huis van Brecht


1802 De loge komt voor haar bijeenkomsten bijeen in de kaatszaal tot 1811.
De eerste huishoudelijke regels van de loge worden in druk uitgebracht.  1802 Huishoudelijke wetten.pdf


1811 Van 1811 tot 1814 arbeid de loge in de stadsschouwburg Comedia. In 1792 werd de ziekenzaal van het oude Militair Hospitaal aan de Oude Vest in Breda verbouwd tot schouwburg. Er waren 320 plaatsen. Naast de zaal waren twee foyers.


1812  Jan Schouten wordt april 1810 in Loge  Het Vrije Geweeten te Breda ingewijd. Vanwege de lange reistijd besluit hij in 1811 met een aantal andere Dordtse vrijmetselaren een eigen loge op te richten. Omdat Nederland door de Fransen is bezet, wordt aan het Grand Oriënt, de  overkoepelende organisatie, die in Parijs zetelt, toestemming gevraagd. Besloten  wordt om de loge  La  Flamboyante –  De Vlammende Ster - te noemen en de kleuren korenbloemblauw en goudgeel te dragen. Het duurt echter nog tot 16 oktober 1812 voordat de loge officieel wordt geïnstalleerd. Onderstaande gevelsteen markeert het steegje van deze Loge ‘La Flamboyante’ te Dordrecht.


1813  Breda is bevrijd van de troepen van de Franse keizer Napoleon in december 1813


1814 In 1814 brandde de stadsschouwburg Comedia volledig af. Alle bezittingen van loge Het Vrij Geweten gingen daarbij verloren.
Schorsing van de werkzaamheden tot 1830


1815  Prins Willem van Oranje, Soeverein Vorst werd koning Willem I van Nederland.


1828  Op 24 november 1828 werd de Koninklijke Militaire Academie ingewijd door Zijne Koninklijke Hoogheid prins Frederik der Nederlanden, Grootmeester National van de orde van vrijmetselaren.


1830  In 1826 werd de toenmalige K.M.A. (Koninklijke Militaire Academie) gehuisvest in het Kasteel van Breda en had van toen af aan impact op onze Loge. Een docent, tevens Logelid, heeft in 1830 via de K.M.A. zijn gezangenbundel uitgegeven met o.a. woorden gewijd aan de heropening van onze Loge (pag.21) en aan de 3e Vzm Cornelis Nahuijs van Burgst (pag. 24), maar ook Jan Nieuwenhuijzen, de oprichter van de nog steeds bestaande ‘Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen’, wordt alle lof toegezongen.  Zie: HVG-Erfgoed, 1830 Mijne vaderlandsche zangen, Uittr.
Logearbeid ten huize van broeder Marchand  tot 1832


1831      Archief verbrand ten huize van broeder Marchand

Broeder J.J.F. Wap, leraar KMA geeft een dichtbundel uit: “Mijne Vaderlandsche gezangen”  waarin opgenomen een gedicht over de hervatting van de loge arbeid  van Het Vrij Geweten en een gedicht gericht aan zijn vriend en broeder C.J.W. Nahuijs van Burgst.  Zie: HVG-Erfgoed, 1830 Mijne vaderlandsche zangen, Uittr.


1832      Loge arbeid in de stadsschouwburg Comedia aan de Oude Vest tot 1833

Bredasche courant van 2 maart 1832


1833      Logearbeid bij broeder F. Twiss in de Catharinastraat tot  1836


1836      Logearbeid zaal Amicitia in de Schoolstraat tot 1838


1838      Logearbeid lokaal broeder A.J. Bouwens in de Visserstraat  tot 1848


1840  Evenals de Kaatsbaan (1e werkplaats) is het Mastbos door Graaf Hendrik III van Nassau gesticht. Onze Grootmeester Nationaal, Prins Frederik van Oranje Nassau, werd in 1840 eigenaar van het Mastbos. Niets bijzonders voor onze loge, maar des te meer voor Nassaustad Breda. De Prins bezocht onze loge later bij de opening van de nieuwe Werkplaats.  Meer info: HVG-Erfgoed, 1840 Mastbos


1847  In dit jaar worden voor het eerst de huishoudelijke wetten in druk uitgebracht. Zie hier de betreffende uitgave: HVG-Erfgoed, 1847 HH Wetten


1848      Logearbeid in de Groote sociëteit op de Grote Markt tot 1860, contract met de Heer Sprengers.


1854  Een spiegel van omstreeks onze oprichtingsdatum uit de inboedel van pastoor van Zon blijkt op mysterieuze wijze verdwenen te zijn. Het is niet bekend waar hij nu is of is gebleven. Voor meer info: HVG-Erfgoed, 1854 Spiegel 1790 van van Zon


1855  In een gezangen bundel wordt het vroegere lid Jan Schouten en onze loge (pagina 89) bezongen. Voor meer info: HVG-Erfgoed, 1855 Gezangen pag 89 (Uittr) m. De 5e Vzm Pels Rijcken was 50 jaar lid van onze loge en werd al als student te Leiden macon. Hij heeft de loge door de moeilijke tijden van toen (Napoleon & Belgische opstand) geloodst. De opkomst bij zijn heengaan was groots. Br∴ Pels Rijcken;  Voor zijn levenswandel zie: HVG-Erfgoed, 1855 jaarboekje Br∴ Pels Rijcken


1857 Generaal Walther was gedurende zijn plaatsing als kapitein in Breda 3 jaar Vzm. Later keerde hij terug als Gouverneur van de KMA. Zijn heengaan is in de loge herdacht en beschreven door Br∴ Simon, ook een latere Gouverneur KMA. Zie pag 99.  Br∴ Walther; Meer info zie: HVG-Erfgoed, 1859 jaarboekje Br∴ Walther


1860  In de loge voltrok op 22 september 1860 een inwijding in een eigen tempelruimte aan de Nieuwstraat 5 ten huize van Broeder Th. Jans. De loge was toen verlost van allerlei rondzwervingen.
Het jaarboek 5861 uit die tijd beschrijft dit en geeft een eerste terugblik door de Redenaar op de geschiedenis van de Loge.

De Redenaar, de latere Gouverneur van de KMA, Br∴Simon was de eerste historische onderzoeker van Loge Het Vrij Geweeten.

Bekijk het artikel in het Jaarboek: HVG-Erfgoed, 1860 Historie in jaarboek 5861 (1)


1866   In dit jaar vierde de loge haar 75 jaar. Voorgaande vieringen hadden geen plaats vanwege de onrustige tijden of gebrek aan ruimte. De loge had toen al ca 500 leden zien passeren. Leden is een groot woord omdat de vele militairen (KMA en Garnizoensstad) slecht betaalden voor hun aanwezigheidsmomenten vanwege hun korte verblijf alhier. De registratie was niet volmaakt en zo lijken velen maar 0 jaren aanwezig......  Meer info: Alleen voor leden. HVG-Erfgoed, 1866 - 75 jaar leden op alfabet    /   Leden op Historie   /   Leden op jaren lidmaatschap HVG 


1867  In jaarboek 5867 wordt door de latere Voorzittend Meester Kallenberg de viering van het 75 jarige bestaan van de Loge beschreven alsmede van een banket ter ere van groot Meester Nationaal, Prins Frederik van Oranje Nassau.   Meer info: HVG-Erfgoed, 1866 75 jaar


1878  In naam van de Grootmeester National Prins Frederik wordt aan broeder Pieter Six een oorkonde en een gouden bokaal aangeboden voor zijn 50 jaar vrijmetselaarschap.


1924  Bijeenkomsten Nieuwstraat  [pand Expeditie. V&D]


1927      Verkoop pand Nieuwstraat aan V&D. De bijeenkomsten worden gehouden in hotel de Schuur en hotel Mastbosch.


1927      Oprichting van de internationale liga vrijmetselaren. Sinds 1939 haar centrale zetel te Amsterdam


1931      Bouw pand Ginnekenweg 141, inwijding van de tempel: 28 maart 1931.

In oudere Jaarboeken heeft onze loge als rangorde nr “18”. Heden hebben we nr “25”. De achteruitgang in de rangorde is ten gevolge van een omnummering in 1931. Vermoedelijk is ons “Loge Logo” (en lakzegel) toen ook gewijzigd.  Lakzegel uit 1791   /   Lakzegel uit 1931  /  Meer info zie: HVG-Erfgoed, Loge ‘18’ en Loge ‘25’


1940      Notulenboek: Bestuursvergadering en meester-vergaderingen. 1940 t/m 1951


1945      Logearbeid wordt hervat door Br:. Hartz in  “Ons Huis” Waterstraat te Breda.  Na de tweede wereldoorlog ging de loge Het Vrij Geweeten met een tiental broeders onder leiding van Broeder J.J.Harts opnieuw aan de arbeid. De eerste bestuursvergadering werd gehouden in de vrije katholieke kerk, Zandberglaan te Breda. Daarna kwamen de broeders bijeen in het gebouw “Ons Huis”in de Waterstraat te Breda.  Vele problemen vroegen om een oplossing.
Het logegebouw aan de Ginnekenweg terug vorderen van de heer Vermeulen  was wel het moeilijkste probleem en vergde veel tijd en energie. Het eerste contact met de heer Vermeulen was meteen na de bevrijding in 1945. De zaak werd door de loge voor de raad van Rechtsherstel in Den Haag gebracht. Bij vonnis van de raad kregen we in 1947 ons gebouw terug plus een geldbedrag van ƒ 15.000.


1951 Broeder van der A.J. van der Matten is het bronzen kruis uitgereikt als dank voor het goede wat hij gedurende de oorlogsjaren voor het vaderland had gedaan.
Behandeld wordt onze verhouding met de Duitse Grootmacht en de individuele broeders in Duitsland. De meningen hierover zijn verdeeld. Ondanks dat men niet direct de Duitse Grootmacht wil erkennen staat men er niet afwijzend tegenover.


1991      De loge viert haar 200 jarig bestaan o.l.v. broeder Dre van Dongen.


2016      De loge viert haar 225 jarig bestaan o.l.v. broeder Marc de Beer.


Diverse gebruiks- en siervoorwerpen zijn binnen de vrijmetselarij een “collectors item”. Sommige komen na omzwervingen (bijv. in Duitse handen geweest) weer terug, sommige helaas niet. Onderstaande link geeft ons materiële erfgoed weer zoals dat in ons logegebouw is te zien.....  Wijnglas ofwel ‘geladen kanon’   /   Bekijk hier de foto’s van ons erfgoed zoals dat te bekijken is in onze vitrinekast.